REGIO – Het kabinet gaat meer geld uitgeven aan de ondersteuning van mantelzorgers. Om overbelasting te voorkomen presenteert het kabinet een brede aanpak, samengebracht in de Mantelzorgagenda 2027-2030. Onderdeel van de aanpak is een structurele investering aan gemeenten om mantelzorgers te ondersteunen. Vanaf 2027 ontvangen gemeenten samen 25 miljoen euro per jaar.
Hoe de gemeenten dit geld gaan gebruiken is nog niet bekend, maar welzijnsorganisaties in onze regio merken dat overbelasting van mantelzorgers een steeds urgenter probleem wordt.
Sjeni Mustafa werkt namens welzijnsorganisatie De Basis in Veendam met mantelzorgers. ‘Iedereen kan op een gegeven moment mantelzorger worden. Zeker nu er in de reguliere gezondheidszorg zo veel bezuinigd wordt. Als er geen goede oplossingen komen, dan kunnen er grote problemen ontstaan in de toekomst’, waarschuwt ze.
Behoeften lopen uiteen
Gemeenten mogen zelf bepalen hoe ze de ondersteuning organiseren, afgestemd op de lokale behoeften. Volgens teamcoach Elsemieke Spreen van Welstad is het daarom belangrijk eerst te onderzoeken waar mantelzorgers behoefte aan hebben. ‘Mocht er vanuit de gemeente een schip met geld naar Welstad komen, is het eerst zaak om de behoeften van deze groep goed in kaart te brengen. Dat is het allerbelangrijkste.’
Inzetten op het verbeteren van belasting van mantelzorgers is volgens haar cruciaal. ‘Over de vorm waarop kan gediscussieerd worden, maar ik denk dat er zeker een rode lijn te vinden is.’
Mantelzorg combineren met werk
Een onderdeel van de plannen van het kabinet is het werken aan een ‘zorgzame samenleving’, waarin het makkelijk moet zijn om hulp te vragen of aan te bieden. Volgens Sjeni Mustafa is dat ‘kort door de bocht’. ‘De overheid trekt zich terug en vraagt de samenleving het op te lossen, maar die samenleving staat al onder enorme druk. Zorgen voor een ander moet je kunnen combineren met een normaal leven, het mag geen fulltime onbetaalde baan worden.’
Het kabinet werkt aan scenario’s voor mogelijk mantelzorgverlof, zodat mensen de zorg voor een naaste beter kunnen combineren met werk of studie. Mustafa noemt dat een positieve ontwikkeling, maar benadrukt dat verlof niet in alle situaties voldoende is. Vooral wanneer iemand langdurig zorg nodig heeft en er weinig uitzicht is op verbetering, kan de belasting groot blijven.
Spreen droomt hardop over een structurelere regeling. ‘Stel je voor dat mantelzorgers acht uur per week betaald verlof krijgen om te zorgen voor een naaste. Dat zou fantastisch zijn.’
Ruimte voor respijtzorg en waardering
Mustafa hoopt ook dat er landelijk meer budget beschikbaar komt voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Juist kleinere gemeenten krijgen daardoor meer financiële ruimte om hun mantelzorgondersteuning te versterken, bijvoorbeeld met respijtzorg. Respijtzorg is tijdelijke vervangende zorg waardoor mantelzorger even op adem kunnen komen. ‘Zo geef je ze lucht’, zegt ze.
Volgens Mustafa willen mantelzorgers zich vooral gewaardeerd voelen. Daarom pleit ze voor meer landelijke overeenstemming over de manier waarop mantelzorgers worden gewaardeerd. Nu verschilt dat per gemeente. Waar mantelzorgers op de ene plek een financiële tegemoetkoming krijgen, kiest een andere gemeente voor een andere vorm van waardering. ‘Het zou goed zijn als er meer uniformiteit komt, zodat mantelzorgers overal in Nederland op een vergelijkbare manier worden gewaardeerd en ondersteund.
In Stadskanaal reikt Welstad jaarlijks een mantelzorgcompliment uit aan 725 mantelzorgers. Extra middelen zouden volgens Spreen ruimte kunnen bieden om de waardering te verhogen of andere vormen aan te bieden. ‘Maar uiteindelijk is het de gemeente die bepaalt.’
‘Dan is de overheid nog veel verder van huis’
Tot slot wenst Mustafa dat er met het extra geld ruimte komt om gratis trainingen aan te bieden. Bijvoorbeeld over hoe je het beste iemand kunt tillen of hoe je omgaat met veranderend gedrag. Zulke praktische kennis kan helpen om de zorg vol te houden en fysieke en mentale klachten te voorkomen. ‘Als we mantelzorgers niet nú gratis leren hoe ze fysiek en mentaal overeind blijven, vallen ze straks zelf uit. Dan is de overheid nog veel verder van huis’, besluit ze.
