REGIO – In de Veenkoloniën zijn door de jaren heen 25 profvoetballers geboren. Twee van hen spelen nu nog in het betaald voetbal. Toch zeggen die cijfers niet alles, vinden kenners. BV Veendam is al jaren uit het betaald voetbal verdwenen, maar in de regio loopt nog genoeg talent rond.
Door: Jesse Smit
De cijfers komen uit een datastudie van PitchFUEL. Daarin staat de geboorteplaats van 5.744 Nederlandse profvoetballers, van rond 1900 tot nu. De gegevens komen uit Wikidata en zijn gecontroleerd met Transfermarkt. Elke geboorteplaats is ingedeeld bij de gemeente zoals die nu bestaat. Als ‘nog actief’ telt wie dit seizoen in de Eredivisie, de eerste divisie of een sterke buitenlandse competitie speelt.
De onderzoekers plaatsen zelf een kanttekening. Een geboorteplaats is niet altijd de plaats waar iemand opgroeit. Ook staan in Wikidata vooral spelers met een vermelding in een encyclopedie, waardoor sommige oud-profs kunnen ontbreken.
Talent over heel Nederland
Voetbaltalent blijkt over bijna heel Nederland verspreid. In 320 van de 342 gemeenten is ooit een profvoetballer geboren. In de huidige generatie profs zijn nog 169 gemeenten vertegenwoordigd.
De grote steden staan bovenaan. In Amsterdam zijn 847 profvoetballers geboren, veruit de meeste. Daarna volgen Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Volgens de onderzoekers komt dat deels door het grotere aantal inwoners. Ook kan meespelen dat profclubs dichtbij zitten, waardoor scouts talent misschien sneller ontdekken.
De profs uit de regio
In de gemeente Veendam zijn dertien profvoetballers geboren, het meeste van de drie gemeenten uit de Veenkoloniën. Twee van hen spelen nog: de keepers Jeroen Zoet (AZ) en Kevin Norder (FC Emmen). Ook Jan Korte en Ferhat Görgülü zijn in Veendam geboren.
In Borger-Odoorn zijn zes profvoetballers geboren. Een van hen is Henk Nienhuis. Hij speelde voor BV Veendam, en als eerbetoon hangt zijn naam aan de gevel van het voetbalstadion aan de Langeleegte in Veendam. Ook Emil Bijlsma, Berend Scholtens, Henk van der Vlag, René Alberts en Jenne Smit zijn in Borger-Odoorn geboren.
Het profvoetbal heeft zes Knoalsters gekend. Bij de mannen zijn dat Glenn Bijl, Henk Bos, Ted Venema, Arjan Blaauw en Haaije Feenstra. Sylvia Smit speelde als prof in het vrouwenvoetbal.
Veenkoloniale signatuur
Klaas Fleurke is auteur van het boek De Langeleegte Huilt en volgde BV Veendam en volgt nu Veendam 1894 al jaren. Hij noemt de cijfers een leuk weetje, maar weet dat er meer profs waren. ‘Niet alle oud-profvoetballers hebben immers een Wikipedia-pagina.’
Wat typeert de Veenkoloniale voetballer? Volgens Fleurke is dat moeilijk te zeggen. Hij komt uit op ‘de mouwen opstropen, vechten voor elke meter en er vol voor gaan’. Hij haalt oud-trainer Jan Korte aan: ‘Korte zei ooit dat het publiek zich moet herkennen in de strijd en passie op het veld.’ Volgens Fleurke waren tegenstanders vroeger bang om naar de Langeleegte te komen.
Armand Mac Andrew, oud-aanvoerder van BV Veendam, is nu hoofdtrainer van Veendam 1894, dat in de derde klasse speelt. Volgens hem draait Veenkoloniaal voetbal om veel duels, een hoog tempo en snel omschakelen. Teams proberen de tweede bal te veroveren en vallen met veel spelers aan.
Mac Andrew laat zijn ploeg nog steeds zo spelen. ‘Dat blijft en dat wil ik ook graag toepassen. Er zit behoorlijk wat strijd in mijn ploeg.’ Hij nam veel mee uit zijn tijd als profvoetballer, ‘in het bijzonder van Jan Korte, en ook de filosofie van Henk Nienhuis’. Dat geldt ook voor oud-prof Angelo Cijntje, die nu trainer is van JO19-1 bij Veendam 1894. ‘Ik weet dat Cijntje ook veel heeft meegenomen uit zijn tijd bij Veendam, en dat nu weer doorgeeft.’
Schakel in de talentketen
Met het verdwijnen van BV Veendam ontbreekt volgens Mac Andrew een belangrijke schakel voor jonge spelers. Met een profclub in de buurt zou de stap naar het profvoetbal een stuk makkelijker zijn. ‘Dan had je aansluiting gehad. Er lopen jongens rond die dan makkelijk in de jeugdopleiding hadden kunnen meevoetballen.’
Talent is er volgens hem genoeg. ‘In de jeugdteams zit veel talent.’ Ook het eerste elftal van Veendam 1894 is jong. ‘De ervaren spelers zijn tussen de 23 en 25, en dat is al jong.’ Mac Andrew heeft zelfs 16-jarigen in zijn selectie. ‘Als ze zich goed ontwikkelen en goed begeleid worden, hebben ze zeker mogelijkheden om een profcarrière in de eerste divisie te halen.’
Ook FC Groningen voelt het verlies van BV Veendam, denkt de trainer. ‘Hoeveel spelers zijn er wel niet van Veendam bij Groningen beland? En andersom kwamen jongens hier rijpen en gingen ze daarna weer terug. Daarmee is een hoop verloren gegaan.’
‘Absoluut niet verloren’
Fleurke ziet veel talent in het huidige elftal van Veendam 1894. ‘Dat is echt geweldig, we hebben echte toptalenten, maar laten we niet te veel reclame maken’, grapt hij. Hij ziet ook een andere mogelijkheid: ‘Ze kunnen er ook samen voor zorgen dat Veendam weer doorgroeit naar de vierde of derde divisie.’
Mac Andrew deelt die ambitie. Hij wil bouwen aan een stabiele toekomst met spelers uit de eigen jeugd. ‘Als je omhooggaat, trek je ook makkelijker spelers uit de regio aan. Dan willen mensen hier graag voetballen, zeker met de sfeer in het stadion.’ Spelers die bij Veendam hun carrière komen afbouwen, hoeft hij niet. ‘Dat gaat ten koste van jongens die nog volop in ontwikkeling zijn.’
Voor de trainer staat één ding vast: ‘Het Veenkoloniale voetbal is absoluut niet verloren. We moeten er alleen voor zorgen dat er weer een topclub in de regio komt.’
