DROUWEN – Staatsbosbeheer neemt een paar maanden extra de tijd om te beslissen over de toekomst van de zeven buitencentra in Nederland. Dat betekent dat ook de buitencentra bij het Boomkroonpad in Drouwen en het Drents-Friese Wold in Appelscha voorlopig langer openblijven. Het eerdere voornemen om met de buitencentra te stoppen is daarmee uitgesteld, maar nog niet van de baan.
Begin juli maakte Staatsbosbeheer bekend aan het einde van dit jaar te willen stoppen met de centra. De komende maanden worden gebruikt om andere mogelijkheden te bekijken. Ook wordt per locatie besproken met alle betrokkenen.
1,3 miljoen bezoekers
De zeven buitencentra trekken samen jaarlijks ongeveer 1,3 miljoen bezoekers. Ze zijn al jarenlang een plek waar bezoekers informatie kunnen krijgen over de natuur, mee kunnen doen aan activiteiten en elkaar kunnen ontmoeten. De financiële situatie is de belangrijkste reden voor het voornemen om met de buitencentra te stoppen. Tot 2014 werden de centra door het Rijk gefinancierd.
Nadat die financiering wegviel heeft Staatsbosbeheer ze vanwege hun maatschappelijke waarde toch opengehouden. Toch lukt het nog niet om financieel de boel rond te krijgen. Daarbij lopen de kosten verder op. Onder meer hogere personeelskosten en kosten voor het verduurzamen van gebouwen spelen een rol.
Focus op natuurbeheer
Staatsbosbeheer wil zich meer richten op de kerntaak, dat is natuurbeheer. Volgens de organisatie kost natuurbeheer meer dan het oplevert. Daarom moeten keuzes worden gemaakt over waar het beschikbare geld aan wordt besteed.
Dat betekent niet dat natuureducatie en informatie voor bezoekers verdwijnen. Staatsbosbeheer wil bezoekers blijven informeren en betrekken bij de natuur.
Dat kan volgens de organisatie ook zonder een buitencentrum, bijvoorbeeld via boswachters, excursies, informatieborden, digitale informatie en samenwerking met lokale partijen en vrijwilligers.

