VEENDAM – De gemeente Veendam ziet geen aanleiding voor erkenning, excuses of nieuw onderzoek naar haar omgang met Joods vastgoed in en na de Tweede Wereldoorlog. Dat laat de gemeente weten na vragen van RTV1. Onderzoeksplatform Pointer (KRO-NCRV) verwijt Veendam en vier andere Groningse gemeenten dat ze niets doen met de uitkomsten van hun onderzoek.
Veendam liet in 2023 samen met Het Hogeland, Midden-Groningen, Oldambt en Westerkwartier onderzoek doen door de Rijksuniversiteit Groningen. Volgens Pointer hebben deze vijf gemeenten een stevig rapport in handen, maar verbinden ze er geen conclusies aan. Andere Groningse gemeenten, zoals Pekela, Stadskanaal en Westerwolde, bespraken hun conclusies wel in het openbaar.
Ronny Naftaniel, oud-voorzitter van het Centraal Joods Overleg, vindt dat gemeenten publiek verantwoording moeten afleggen. ‘De bevolking heeft er recht op om te weten hoe een gemeente in oorlogstijd heeft gefunctioneerd.’
De gemeente Veendam herkent zich niet in de kritiek. Volgens de gemeente zijn de conclusies in 2023 openbaar gemaakt met een persbericht, een persbijeenkomst en een informatiebijeenkomst voor de gemeenteraad. Ook is het rapport openbaar.
Synagoge ‘zeer voordelig’ gekocht
In het rapport staan drie zaken over Veendam. Zo kocht de gemeente in 1950 de synagoge, de Joodse school en de rabbijnswoning aan het Boven Oosterdiep, samen met de Joodse begraafplaats, voor 21.000 gulden. Voor de oorlog vroeg de Joodse gemeente nog 52.500 gulden. De gemeente noemde de aankoop destijds zelf ‘zeer voordelig’. Daar stond tegenover dat de gemeente het eeuwigdurende onderhoud van de begraafplaats op zich nam. Volgens de onderzoekers blijft de vraag of voor de synagoge niet een te lage prijs is betaald.
Ook kocht de gemeente in de jaren vijftig landbouwgrond die van Izaäk Cohen Bendiks was geweest. Hij kwam in 1945 om in Bergen-Belsen. De pachter kocht het land in 1955 op een veiling en verkocht het anderhalf jaar later met flinke winst door aan de gemeente. Volgens het rapport pakte dat uit in het nadeel van de Joodse erfgenamen, al kon de gemeente daar zelf weinig aan doen.
Geen eigen oordeel
De onderzoekers schrijven dat zij vooral de feiten op een rij zetten en dat het oordeel daarover bij de gemeenten ligt. Gevraagd naar dat oordeel, zegt het college ‘de conclusies van het onderzoek te onderschrijven’. Een aanvullend oordeel over de aankoop van de synagoge wil het college niet geven. Ook voor erkenning of andere stappen over de grond van Cohen Bendiks ziet de gemeente geen reden.
Het rapport beveelt verder onderzoek aan naar de prijzen die gemeenten na de oorlog betaalden. Ook Naftaniel vindt dat gemeenten zo nodig aanvullend onderzoek moeten doen. Veendam ziet daar geen aanleiding voor. ‘Het rapport is besproken en is openbaar beschikbaar.’ Nabestaanden hebben zich na het onderzoek niet bij de gemeente gemeld.
